De Godin Baduhenna en ik


Men vraagt mij wel eens of ik de Godin Baduhenna als een echte Godin zie
of als een soort van archetype.
Het korte antwoord is dat ik de Godin Baduhenna als een echte Godin zie, een zelfstandige entiteit, natuurgeest, met een eigen bewustzijn. Wanneer je met de Godin Baduhenna tracht te communiceren zal Zij dat doen in voor ons be­grij­pe­lijke taal, symbolen, aan de hand van onze archetypen, innerlijke beelden, bevattingsvermogen, projecties, enz..

Het langere antwoord op deze vraag zal ik hieronder trachten te geven.
In deze vraag zitten eigenlijk twee vragen: De eerste is of ik de Godin Baduhenna als een zelfstandig levend wezen zie en de tweede vraag is hoe of ik in relatie sta, hoe com­mu­ni­ceer ik met deze Godin Baduhenna.

Zelfstandig bewuste levensvorm

De natuur is een verzameling van velden die met elkaar interfereren, alles in de natuur is een continue energiedans. De Kwantumfysica noemt atomen wel is waar deeltjes, schrijft Fritjof Capra, maar die deeltjes zijn niet uit één of andere materiële ´stof´ opgebouwd. Als we ze waarnemen zien we nooit enige sub­stan­tie; wat we waarnemen zijn dynamische patronen, die voortdurend in elkaar overgaan - een continue energiedans  (Capra blz.195).
Vanuit de moderne natuurkunde / quantumfysica zien we dat steeds meer wetenschappers over­een­kom­sten zien tussen deze wetenschap en een spirituele, holistische kijk op de wereld; alles hangt met alles samen en alles ligt besloten in alles.

Van de quantumvelden uit de moderne natuurkunde kijken we nu naar de morfische velden in de biologie geformuleerd in een theorie van de bioloog Prof. Rupert Sheldrake. Het leven begint met een bevruchte eicel, die zich gaat delen en dan een levend organisme wordt. Iedere cel bevat hetzelfde DNA, dus hoe weet de ene cel dat die een levercel moet worden en de andere cel, met precies hetzelfde DNA, dat die bijv. een zenuwcel moet worden?
Rupert Sheldrake ontwikkelde de theorie rond de morfische velden die verklaren dat deze cellen zich, naast het DNA, ontwikkelen binnen een morfisch veld dat differentieerd welke cel een levercel en welke cel een zenuwcel zal gaan worden.
Zo zijn er volgens Rupert Sheldrake morfische velden voor iedere soort, niet alleen op celniveau maar ook op collectief niveau voor de hele soort.


Dit wordt mooi geillustreerd door het Honderste Aap verhaal:
De Japanse Macaca fuscata aap werd meer dan 30 jaar in het wild geobserveerd. In 1952 gaven de onderzoekers de apen op het eiland Kosjima zoete aardappels, die ze in het zand lieten vallen. De apen vonden de zoete aardappels lekker maar het zand vervelend. Een jong vrouwtje ontdekte dat dit opgelost kon worden door de zoete aardappels in een beek te wassen. Haar moeder leerde dit en haar vriendinnen leerden dit ook. Deze methode werd langzaam door verschillende apen opgepikt. Tussen 1952 en 1958 leerde alle jonge apen de zanderige zoete aardappels te wassen.
Sommige volwassen apen namen dit van hun kinderen over, anderen bleven de aardappels met zand eten. Toen op een gegeven dag de zogenaamde "honderdste aap" dit truukje leerde...   Tegen de avond wast bijna iedereen van de troep de zoete aardappel alvorens deze te eten! Maar ook op andere eilanden verspreide deze gewoonte zich ineens razendsnel!

Rupert Sheldrake heeft dit verschijnsel onderzocht.
Je kan dit onderzoeken in een laboratorium door ratten bepaalde puzzels te laten oplossen. Dit verschijnsel trad ook op bij het kristaliseren van nieuwe chemische verbindingen. In eerste instantie ging dat erg moeizaam, doch wanneer een nieuwe chemische verbinding zich vaker gekristaliseerd had werd het na de zogenaamde "honderdste maal" (het werkelijke kritische punt is nog niet bekend) plots steeds makkelijker om die chemische verbinding te kristaliseren, overal ter wereld!
Wanneer een bepaalde gewoonte, een bepaald patroon zich eenmaal gevormd heeft vormt er zich een veld, een geheugen, die het steeds makkelijk maakt om dit gebaande spoor te volgen.
Rupert Sheldrake oppert ook dat de natuurwetten geen altijd vast­staan­de wetten zijn die altijd al zo geweest zijn maar dat ook onze natuur­wet­ten geëvolueerd zijn.
Wanneer een bepaalde ge­woon­te zich eenmaal gevormd heeft en langer bestaat, is deze met het verloop van de tijd praktisch niet meer te veranderen en krijgt deze het karakter van een onveranderlijke natuurwet (Sheldrake blz.117-121).

Zo heeft iedere soort een morfisch veld, ook de mensheid als één geheel. Maar ook iedere cultuur, taalgroep, heeft daarbinnen weer een eigen morfisch veld. De verschillende diersoorten hebben ieder een eigen morfisch veld.
Rupert Sheldrake oppert in zijn boek "De wedergeboorte van de natuur" dat ook bepaalde natuurgebieden een eigen morfisch veld hebben, die mensen die daar gevoelig voor zijn zouden kunnen ervaren als bijvoorbeeld de Godin van dat gebied, of als na­tuur­gees­ten die bekend staan als elfen (Sheldrake blz.158-165).

Het veld van een bepaald gebied wordt gevormd door alles wat zich daarin bevindt, dus wanneer wij een bepaald gebied binnengaan worden we deel van dit gebied en gaat ons bewustzijn deel uitmaken van het bewustzijn van het gebied, we zijn dan een deel van en staan in relatie met de natuurgeesten, de God en/of Godin van dat specifieke gebied.
Je zou een mens kunnen vergelijken met een druppel in de oceaan, de Goden en Godinnen met (soms flinke) golven in de oceaan en het AL is te vergelijken met de oceaan zelf.

De Godin Baduhenna

Voor mij is de Godin Baduhenna dus een heel werkelijk bestaand levende Godin. Tacitus verbind de Godin Baduhenna met de bossen, het woud van Baduhenna. Een bos met veel moerassen, kreken, beekjes, water, waar de Romeinen moeilijk doorheen kwamen zonder allerlei bruggen e.d. te moeten bouwen. Wanneer ik in de vruchtbare Kennemer duinen loop besef ik wel eens dat dit het bos van Baduhenna is waar ooit de Romeinen verslagen werden. Baduhenna is Godin van de strijd, Baduhenna vertegenwoordigt een spiritualiteit, een levenshouding, die niet alleen maar lief en aardig is, maar die strijdbaar is, die geen onzin accepteerd, kritische vragen kan stellen, grenzen stelt. Baduhenna is een Godin die zelfstandig van ons mensen existeert, een Godin die je met respect benaderd.

Archetypen

Er zijn pagans en heidenen die de Goden en Godinnen zien als archetypen.
Een archetype is bijvoorbeeld de held, de oude wijze vrouw, de kluizenaar, de oplichter. Ook steden kunnen een archetype worden; bijvoorbeeld Venetië als archetype voor een waterstad en Parijs als romantische stad. De Goden en Godinnen zouden dan niet werkelijk bestaan maar zoals archetypen een geïdealiseerde personalisatie zijn van bepaalde kenmerken en natuurkrachten. Deze archetypen spelen zeker een rol in hoe wij de wereld om ons heen ervaren, ook in hoe we ontmoetingen met natuurgeesten en de Goden en Godinnen ervaren. De archetypen zijn een deel van onze psyche en we projecteren deze op onze omgeving zodat we die omgeving kunnen begrijpen.
Voor een deel zijn de Goden en Godinnen dus inderdaad archetypische personificaties vanuit de menselijke geest. Dat maakt de Goden en Godinnen echter niet meer of minder reëel!
Natuurgeesten, Goden en Godinnen zijn heel anders dan wijzelf, ze zijn veel ouder en omvatten veel meer dan ons menselijke bewustzijn. Wanneer wij in relatie met hen staan worden onze ervaringen mede ingekleurd door onze eigen projecties. Omdat de Goden en Godinnen groter en anders zijn dan ons kunnen we ze nooit ervaren zoals ze werkelijk zijn maar ervaren we slechts een glimp, een deel, een voor ons begrijpelijk masker of projectie van de God of Godin, die daarbij gebruik zal maken van wat wij al kennen; onze "archetypische" projecties. Wanneer we dus de aanwezigheid van een God of Godin ervaren moeten we ons ervan bewust zijn dat een deel van de ervaring berust op onze eigen projecties waarvan de God of Godin gebruik maakt om op een voor ons begrijpelijke manier iets kenbaar te maken.
De Goden en Godinnen bestaan ook los van onze archetypische projecties. Omdat ze eeuwenoud zijn en hun bewustzijn veel meer omvat dan wij mensen kunnen bevatten, bemoeilijkt dat de relatie en communicatie. Deze relatie met de Goden en Godinnen zou net als menselijke vriendschappen op wederzijds respect en waardering kunnen stoelen, niet op een handeltje: ik geef jou dit en jij geeft mij dat. "De Goden en Godinnen zijn geen goddelijke wensmachine waarin je je toe­wij­dings­munten kan gooien totdat de gewenste zegeningen eruit komen" (citaat van Morpheus Ravenna). Morpheus Ravenna gaat in het hier aan­ge­haalde artikel dieper in op de relatie tussen de Goden, Godinnen, Archetypen en de mens.


Hoe zie ik de Godin Baduhenna?

Ik zie de Godin Baduhenna als een bewuste entiteit.
Zoals onze hersencellen individuele levensvormen (cellen) zijn die door hun verbinding met elkaar ons bewustzijn vormen, zo vormen alle levensvormen in bepaalde gebieden gezamenlijk het bewustzijn van de natuurgeesten, de Goden en Godinnen. Alles wat onze planeet Aarde is vormt zo de grote Moeder­godin Gaia, zo heb je vele verschillende Goden en Godinnen verbonden aan vele verschillende plaatsen, natuurgebieden met hun eigen karakter, culturen met hun eigen karakter, enz..
Tacitus verbind de Godin Baduhenna met de bossen, het woud van Baduhenna. Een bos met veel moerassen, kreken, beekjes, water, waar de Romeinen moeilijk doorheen kwamen zonder allerlei bruggen e.d. te moeten bouwen.
De Godin Baduhenna beschermt dus tegen indringers, is verbonden met de vruchtbare bossen, moerassen, kreken en watertjes.
Een Godin van vruchtbaarheid, bescherming, strijd, overwinning.


Copyright-Left © 2012 - 4931 Godinnen.info